mankte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mank·te
Woordherkomst en -opbouw
  •  mank ww  met de uitgang -te

Werkwoord

vervoeging van
manken

mankte

  1. enkelvoud verleden tijd van manken
    • Ik mankte. 
    • Jij mankte. 
    • Hij, zij, het mankte.