manjaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • man·jaar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord manjaar manjaren
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

manjaar o

  1. (bedrijfskunde) hoeveelheid werk die één mens in één jaar kan verrichten
    • Bij offshore-projecten gaat het per definitie om grote(re) projecten. Algemene regel is dat het moet gaan om een project van minstens vijftien tot twintig man die er bij betrokken zijn, en dan doorgaans in manjaren gerekend. “Kleiner is niet interessant, omdat de governance of het beheer van zo’n project in verhouding te zwaar en te duur wordt”, vindt Loos. “Projecten met tien personen, waarvan vijf in India en vijf hier, hebben geen zin.” [1] 
    • Het bedrijf HoSt uit Enschede gaat warmte en elektriciteit verzorgen in Riga, de hoofdplaats van Letland. Er worden twee houtgestookte energiecentrales geplaatst. Dit project heeft een waarde van ongeveer 20 miljoen euro en levert volgens HoSt honderden manjaren op in Twente. [2] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

67 % van de Nederlanders;
51 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. De Standaard 08/03/2017 door (wv)
  2. Tubantia 17-12-2015