manipuleren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·ni·pu·le·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
manipuleren
manipuleerde
gemanipuleerd
zwak -d volledig

Werkwoord

manipuleren

  1. overgankelijk het met een bedrieglijke methode iets gedaan krijgen.
    • Hij was de scores aan het manipuleren. 
  2. iets op een slimme manier aanpassen of regelen.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie