mangoest

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • man·goest
enkelvoud meervoud
naamwoord mangoest mangoesten
verkleinwoord mangoestje mangoestjes

Zelfstandig naamwoord

mangoest v/m

  1. (zoogdieren) onderfamilie van de civetkatten, zeer snelle en behendige roofdiertjes die zelfs een gevecht met een gifslang niet schuwen
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

67 % van de Nederlanders;
77 % van de Vlamingen.

Meer informatie