manege
Uiterlijk
- ma·ne·ge
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘paardrijschool’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1760 [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | manege | maneges |
| verkleinwoord | manegetje | manegetjes |
- een bedrijf waar paarden worden gehouden en waar rijlessen worden gegeven
- Deze manege werd gerund door vrijwilligers.
- Het woord manege staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "manege" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 86 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "manege" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be