manchetknoop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • man·chet·knoop
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord manchetknoop manchetknopen
verkleinwoord manchetknoopje manchetknoopjes

Zelfstandig naamwoord

manchetknoop m

  1. een sierknoop die de manchet aan de mouw van een overhemd sluit
    • Bij een chique overhemd horen manchetknopen gedragen te worden. 
     Vervolgens boog hij zich naar mij toe en zei mij op een fluistertoon dat hij er zeker geen gewoonte van wilde maken om zich te bemoeien met zaken die hem niet aangingen, maar dat hij het niet kon helpen dat het hem was opgevallen dat mijn linker manchetknoop niet goed was gesloten en dat hij het zichzelf nooit zou vergeven als ik hem zou verliezen ten gevolge van zijn discretie.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Pfeiffer, Ilja Leonard op Wikipedia “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 14