mampieren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mam·pie·ren
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

mampieren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord mampier

Gangbaarheid

3 % van de Nederlanders;
14 % van de Vlamingen.