malchance
Uiterlijk
- mal·chan·ce
- uit het Frans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | malchance | malchances |
| verkleinwoord |
de malchance v
- Het woord malchance staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "malchance" herkend door:
| 32 % | van de Nederlanders; |
| 77 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ HP de Tijd 16/07 | 2018 door:Jeroen Wielaert HP/De Tour: On the road again
- ↑ (1980)–Cyriel Buysse In 't klompjesland
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- verbinding van male en chance "slecht geluk" [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| malchance | la malchance | malchances | les malchances |
malchance v
- ↑ malchance (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 32 %
- Prevalentie Vlaanderen 77 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 9
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Frase in het Frans
- Zelfstandig naamwoord in het Frans