malaise

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·lai·se
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gedruktheid’ voor het eerst aangetroffen in 1847 [1]
  • Leenwoord uit het Frans, oorspronkelijk een samenstelling van mal en aise.
enkelvoud meervoud
naamwoord malaise malaises
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

malaise v

  1. (medisch) gevoel van onwelzijn
  2. narigheid, rampspoed
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen