Naar inhoud springen

malaise

Uit WikiWoordenboek
  • ma·lai·se
  • Leenwoord uit het Frans, oorspronkelijk een samenstelling van mal en aise. In de betekenis van ‘gedruktheid’ voor het eerst aangetroffen in 1847 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord malaise malaises
verkleinwoord

demalaisev

  1. (medisch) gevoel van onwelzijn
    • Malaise bij de patiënt. 
  2. narigheid, rampspoed
    • Een golf van malaise. 
     Bij de verkiezingen van 1981, na jaren van economische malaise en politieke verlamming en verdeeldheid, wist Terlouw D66 groot te maken als 'het redelijk alternatief' voor de PvdA en de VVD. "Noch het socialisme noch het liberalisme heeft adequate antwoorden gegeven voor de problemen waar we nu in zitten", meende hij.[2]
94 %van de Nederlanders;
92 %van de Vlamingen.[3]
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  malaise     la malaise     malaises     les malaises  

malaise v

  1. malaise, narigheid