makkie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mak·kie
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord makkie makkies

Zelfstandig naamwoord

makkie o dim. tant.

  1. een zaak waar men gemakkelijk van afkomt
    • Je dacht zeker dat het een makkie zou wezen? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie