makelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking

ma·ke·len

Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
makelen
makelde
gemakeld
zwak -d volledig

Werkwoord

makelen

  1. (verouderd)overgankelijk tot stand brengen (van overeenstemming tussen partijen)
  2. inergatief als makelaar werkzaam zijn
    • Hij makelde enkele jaren in verzekeringen. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

27 % van de Nederlanders;
27 % van de Vlamingen.