majeurakkoord

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
C-majeurakkoord
"c-e-g"

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·jeur·ak·koord
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord majeurakkoord majeurakkoorden
verkleinwoord majeurakkoordje majeurakkoordjes

Zelfstandig naamwoord

majeurakkoord o

  1. (muziek) een drie- of meerklank met minimaal: “een begintoon (prime), een grote terts en een reine kwint”
    • Een toonladder met zowel mineur- als majeurakkoorden. 
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid