magisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·gisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen magisch magischer
verbogen magische magischere
partitief magisch magischers -

Bijvoeglijk naamwoord

magisch

  1. met een bijzondere, bovennatuurlijke betekenis
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.