maffialid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • maf·fia·lid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord maffialid maffialeden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

maffialid o

  1. iemand die deel uitmaakt van de maffia
    • De Braziliaanse politie heeft op het vliegveld van São Paulo het Italiaanse maffialid Vincenzo Macri opgepakt. Macri woonde jarenlang in Aalsmeer.[1] 
    • De aanhouding is een nieuw succes voor het team FastNL, dat vorige maand nog een voortvluchtig maffialid uit Sicilië in Den Haag wist op te sporen.[2] 

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Het Parool 10 JUNI 2017 Maffialid uit Aalsmeer in Brazilië opgepakt
  2. de Telegraaf Weduwe van drugsbaron Zwolsman opgepakt Maffialid uit Aalsmeer in Brazilië opgepakt
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be