madera

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·de·ra
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Portugees, in de betekenis van ‘rode wijnsoort’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1743 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord madera madera's
verkleinwoord maderaatje maderaatjes

Zelfstandig naamwoord

madera m

  1. (drinken) een versterkte , zeer lang houdbare wijn, afkomstig van het eiland Madeira
Vertalingen

Gangbaarheid

49 % van de Nederlanders;
58 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • madera
enkelvoud meervoud
madera maderas

Zelfstandig naamwoord

madera v

  1. hout