madeliefje
Uiterlijk

- Geluid: madeliefje (hulp, bestand)
- IPA: / ˌmadəˈlifjə / (4 lettergrepen)
- ma·de·lief·je
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | madelief* | madelieven |
| verkleinwoord | madeliefje | madeliefjes |
het madeliefje o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord madelief
- (bloemplanten) bepaald soort kleine, overblijvende plant met een klein wit bloempje dat een geel hart heeft, Bellis perennis
uit de composietenfamilie
- Dit verkleinwoord is de meer gangbare vorm.
1. Bellis perennis
- Het woord madeliefje staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "madeliefje" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- [1] madeliefje in het Nederlands Soortenregister N
- [1] madeliefje op Wikidata

- [1] madeliefje op "Wilde planten in Nederland en België" ♣
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Bloemplanten in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %