macula

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·cu·la
enkelvoud meervoud
naamwoord macula macula's
maculae
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

maculav

  1. (medisch) de gele vlek op het netvlies
Vertalingen

Gangbaarheid

33 % van de Nederlanders;
28 % van de Vlamingen.

Meer informatie