machtsmiddel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • machts·mid·del
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord machtsmiddel machtsmiddelen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

machtsmiddel o [1]

  1. alles waarmee je besluitvorming in een bepaalde richting kunt afdwingen zoals kennis, geld, geweld, charisma, bevoegdheden en overtuigingskracht
    • Indien de grondwet na 16 april wordt gewijzigd, mag de Turkse president straks ook zelf topmensen benoemen en kan de president zelf het parlement ontbinden met als gevolg dat er nieuwe verkiezingen uitgeschreven moeten worden. Lesage: 'Dit is een belangrijk machtsmiddel voor de president, in Frankrijk heeft de president dit machtsmiddel bijvoorbeeld ook.' [2] 
    • De hardloper had overigens een heel andere versie van het verhaal. Volgens hem had hij slechts “op discrete wijze zijn neus geleegd” en was hij daarom staande gehouden. Ook stelde de man dat de politieagent “door emoties gedreven een machtsmiddel had ingezet” omdat hij zich geprovoceerd voelde. De hardloper zei steeds zakelijk en beleefd te hebben gesproken en vond de acties van de politieman “buitenproportioneel”.[3] 
Synoniemen


Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. De Standaard 06/04/2017 door Marianne Slegers
  3. Tubantia Angelique Kunst 05-07-17