machtiging

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mach·ti·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord machtiging machtigingen
verkleinwoord machtigingetje machtigingetjes

Zelfstandig naamwoord

machtiging v

  1. de overdracht van bevoegdheid aan een ander

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie