maatschap

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • maat·schap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord maatschap maatschappen
verkleinwoord maatschapje maatschapjes

Zelfstandig naamwoord

maatschap v [2]

  1. (juridisch) overeenkomst waarbij twee of meer personen een bepaalde samenwerking aangaan

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
74 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen