maartjes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • maart·jes

Zelfstandig naamwoord

maartjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord maart
Woordafbreking
  • maar·tjes

maartjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord maar