maandenlang

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • maan·den·lang
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen maandenlang
verbogen maandenlange
partitief maandenlangs

Bijvoeglijk naamwoord

maandenlang

  1. Iets met een tijdsduur van maanden.


Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.