maalde fijn
Uiterlijk
- Geluid: maalde fijn (hulp, bestand)
- maal·de fijn
| vervoeging van |
|---|
| fijnmalen |
maalde fijn
- enkelvoud verleden tijd van fijnmalen
- Ik maalde fijn.
- Jij maalde fijn.
- Hij, zij, het maalde fijn.
- Ik maalde fijn.
- Het woord maalde fijn staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.