maait

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • maait

Werkwoord

vervoeging van
maaien

maait

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van maaien
    • Jij maait. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van maaien
    • Hij maait. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van maaien
    • Maait!