maagzweer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

maagzweer
Uitspraak
Woordafbreking
  • maag·zweer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord maagzweer maagzweren
verkleinwoord maagzweertje maagzweertjes

Zelfstandig naamwoord

maagzweer v/m [1]

  1. zweer in het maagslijmvlies
    • Revers vond dat drop inderdaad helpt tegen maagzweren en hij meldde dat in 1946 in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, kort, want `wegens papierschaarschte moet vermelding van nauwkeurige gegevens achterwege blijven'. Twee jaar later was er weer voldoende papier, zodat Revers ook een ernstige bijwerking van zijn droptherapie kon rapporteren: 1 op de 5 patiënten kreeg oedeem en forse hoofdpijn, waardoor de therapie bijgesteld moest worden.[2] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Piet Borst 31 mei 2003
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be