můžou

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /muːʒoʊ̯/
Woordafbreking
  • mů·žou

Werkwoord

můžou

  1. derde persoon meervoud tegenwoordige tijd aantonende wijs van het imperfectieve werkwoord moct
Synoniemen
Paroniemen