lysol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

lysol voor huishoudelijk gebruik
Uitspraak
Woordafbreking
  • ly·sol
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘ontsmettingsmiddel’ voor het eerst aangetroffen in 1900 [1]
  • uit het Grieks lusis en hel Latijnse oleum [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord lysol
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lysol m [3]

  1. (medisch) (huishouden) een ontsmettingsmiddel met een sterke reuk (de vroeger zo bekende ziekenhuislucht)
    • Een naam die niet onmiddellijk een belletje doet rinkelen bij veel beleggers, maar wel een Brits bedrijf met een mooi track record. De onderneming verkoopt diverse schoonmaak- en persoonlijke verzorgingsproducten. Merkproducten zoals Calgon, Finish of nog Lysol behoren tot het gamma van Reckitt Benckiser. De onderneming is actief in meer dan 60 landen en commercialiseert haar producten in meer dan 200 landen. Het leeuwendeel van de omzet wordt gerealiseerd buiten de grenzen van het Verenigd Koninkrijk. De recente daling van het pond moet de omzet ondersteunen. De groep legt steeds meer de nadruk op het segment gezondheidsproducten. Afstoting van niet-kernactiviteiten kunnen in de toekomst wellicht waarde vrijmaken. [4] 
    • Nu meent de AW-redactie dat in barbecuerook, behalve de geur van schroeiend vlees en brandend vet, ook altijd de lucht van formaline en lysol is te herkennen. Formaline (een waterige oplossing van formaldehyde) werd gebruikt om dierpreparaten te conserveren. Lysol was een goedkoop ontsmettingsmiddel dat toepassing vond bij het desinfecteren van overbevolkte ziekenhuizen en sterk vervuilde kinderen. Ook de gummiwaar voor de vaginale spoeling werd met lysol gevuld.
      [5]
       
Vertalingen

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
49 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen