luxehut

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • luxe·hut
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord luxehut luxehutten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

luxehut v/m

  1. een zeer comfortabel onderkomen op een schip
    • ,,Ja, natuurlijk hebben we plaats”, zei hij. ,,Maar u moet wel toestemming vragen aan de eigenaar.” De kapitein gaf ons een telefoonnummer en een half uur later mochten we aan boord. De luxehut op het kapiteinsdek bleek al aan twee vriendinnen van de eigenaar te zijn toegewezen, maar voor ons waren er twee klassieke kajuiten met stapelbedden beschikbaar. [1] 
  2. een zeer comfortabel maar klein onderkomen
    • Onze kamer is een knap ontworpen luxehut in het midden van de jungle. Ze is niet volledig afgesloten, zo val je in slaap (of blijf je wakker) met de geluiden van de jungle. Een babytarantula is een onverwachte bezoeker – haar moeder is gelukkig nergens te bespeuren. Met het volste vertrouwen in het muggennet val ik in slaap. [2] 

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Michel Krielaars 30 juli 2008 Langs de Wolga (7): Eindelijk aan boord
  2. De Standaard 26 MEI 2018 IEDEREEN BLIJ