lutje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lut·je

Zelfstandig naamwoord

lutje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord lut

Gangbaarheid

50 % van de Nederlanders;
32 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Gronings

Woordafbreking
  • lut·je

Bijvoeglijk naamwoord

lutje

  1. klein