lusten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lus·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
lusten
lustte
gelust
zwak -t volledig

Werkwoord

lusten

  1. trek in hebben
    • Ik zou best wel een ijsje lusten. 
  2. lekker vinden
    • Lust jij spruitjes? 

Zelfstandig naamwoord

lusten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord lust

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.