lunchtijd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lunch·tijd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lunchtijd lunchtijden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lunchtijd m [1]

  1. het periode van de dag dat men gewoonlijk de middagmaaltijd gebruikt
    • De te hardwerkende docent gebruikt de lunchtijd om kopieën te maken voor de leerlingen. Terwijl het beter voor haar was om rustig te gaan eten. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen