lunchen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lun·chen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
lunchen
lunchte
geluncht
zwak -t volledig

Werkwoord

lunchen

  1. de lunch gebruiken
    • Hij lunchte laat in de middag. 
     De Franse traditie ziet er heel anders uit, zoals de Britse trendwatcher Stephen Bayley opmerkte. Je rijdt op je gemak over een met platanen omzoomde tweebaansweg, in een comfortabele auto, bij voorkeur een Citroën DS. Ondertussen zoekt je passagier in de Michelingids een restaurant waar je goed en uitgebreid kunt lunchen.[1]
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

lunchen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord lunch
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Peter Giesen “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant