lullo

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lul·lo
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van lul met het achtervoegsel -o; afkomstig uit het televisieprogramma Jiskefet [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord lullo lullo's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lullo m

  1. (pejoratief) Leidse corpsbal
    • Er zijn collega’s op de redactie van de NRC die lid zijn geweest van het corps en er zijn er vele anderen die dat vooral niet zijn geweest. Het debat over de ‘bangalijst’ en over de ontgroening van studenten hield de voorbije week Nederland in de ban. Je schrikt toch wel als je leest dat een Groningse student in het ziekenhuis belandde na een ontgroening. Er zijn de voorbije jaren weliswaar wat regels opgesteld. Maar wie controleert eigenlijk of die worden nageleefd? Helemaal andere geluiden dus dan eind augustus, toen lullo en feuten nog cultureel erfgoed werden. [2] 

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
18 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. lullo op website: Etymologiebank.nl
  2. NRC Peter Vandermeersch 2 oktober 2016
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be