luisterrijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • luis·ter·rijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen luisterrijk luisterrijker luisterrijkst
verbogen luisterrijke luisterrijkere luisterrijkste
partitief luisterrijks luisterrijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

luisterrijk [1]

  1. met veel praal en schittering
    • Muziek maken, om minder zou het niet mogen gaan in deze wedstrijd. Want ook al hoor je elke avond twee totaal verschillende concerto’s, het gaat erom deze vaak eeuwenoude muziek zo te spelen dat je het zweet in de noten kan ruiken en zien parelen. Het is een van de grootste uitdagingen van een concertpianist anno nu: hoe geef je kleur en geur aan muziek die zo luisterrijk is dat iedereen in de zaal ze kan meefluiten? De twee finalisten die gisteren aantraden, hadden daar elk een ander antwoord op klaar.[2] 
    • De eervolle Willibrordplaquette werd haar zondagmorgen uitgereikt door pastoor Munsterhuis van de parochie Lumen Christie tijdens de viering van het Plechelmusfeest in de kerk van De Lutte, dat in het dorp jaarlijks op een luisterrijke en traditionele wijze wordt gevierd. [3]  
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. De Standaard 26/05/2016 door Tom Janssens
  3. Tubantia 17-07-2016
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be