luidspreker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • luid·spre·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord luidspreker luidsprekers
verkleinwoord luidsprekertje luidsprekertjes

Zelfstandig naamwoord

luidspreker m

  1. (elektrotechniek) toestel waarin elektrische energie in akoestische energie wordt omgezet, gewoonlijk om muziek en stemgeluid te verspreiden
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie