luibak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lui·bak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord luibak luibakken
verkleinwoord luibakje luibakjes

Zelfstandig naamwoord

luibak m [2]

  1. (scheldwoord) scheldwoord voor iemand die lui is, een luiaard
Synoniemen

Werkwoord

vervoeging van
luibakken

luibak

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van luibakken
    • Ik luibak. 
  2. gebiedende wijs van luibakken
    • Luibak! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van luibakken
    • Luibak je? 

Gangbaarheid

39 % van de Nederlanders;
41 % van de Vlamingen.

Verwijzingen