luiaard

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lui·aard
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord luiaard luiaards
verkleinwoord luiaardje luiaardjes

Zelfstandig naamwoord

luiaard m

  1. werkschuw persoon
    Immigranten worden door hem afgeschilderd als dronkenlappen en luiaards.
  2. (zoogdieren) Zuid-Amerikaans zoogdier
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl