loyaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lo·yaal, of:  loy·aal  bij meer oorspronkelijke uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘trouw’ voor het eerst aangetroffen in 1281 [1]
  • afgeleid van het Franse loyal (met het achtervoegsel -aal) [2] [3]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen loyaal loyaler loyaalst
verbogen loyale loyalere loyaalste
partitief loyaals loyalers -

Bijvoeglijk naamwoord

loyaal

  1. trouw zijn aan iemand of de groep waartoe iemand behoord
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen