loutere

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lou·te·re

Werkwoord

vervoeging van
louteren

loutere

  1. aanvoegende wijs van louteren

Bijvoeglijk naamwoord

loutere

  1. verbogen vorm van de stellende trap van louter