Naar inhoud springen

lourde

Uit WikiWoordenboek
  • zn: zelfstandig gebruik van de vrouwelijke vorm van het bijvoeglijk naamwoord lourd naar een bijhorend substantief zoals vrouwelijk porte "deur" [1]
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  lourde     la lourde     lourdes     les lourdes  

lourde v

  1. (spreektaal) deur
    «Tu fermes la lourde quand tu sors du vestiaire, s’te plaît.»
    Wil je alsjeblief de deur dicht doen als je de kleedkamer verlaat. [2]

lourde

  1. vrouwelijk enkelvoud van lourd
vervoeging van
lourder

lourde

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van lourder
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van lourder
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van lourder