loseisen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Loseisen

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • los·ei·sen
Woordherkomst en -opbouw
  • Oorspronkelijke betekenis: een vastgefroren schip uit het ijs bevrijden
  • Afleiding van eisen met het voorvoegsel los-.
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
loseisen
eiste los
hat losgeeist
zwak volledig

Werkwoord

loseisen

  1. overgankelijk, (spreektaal), (figuurlijk) (van personen) loskrijgen, lospeuteren
  2. overgankelijk, (spreektaal), (figuurlijk) (van dingen) opduikelen, opsnorren
Synoniemen
Typische woordcombinaties
  • [1]: jemand aus einer Besprechung loseisen
iemand van een vergadering lospeuteren

Werkwoord

sich loseisen

  1. wederkerend zich met moeite van een verplichting vrijmaken