loosheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • loos·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van loos met het achtervoegsel -heid
enkelvoud meervoud
naamwoord loosheid loosheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

loosheid v

  1. onbetrouwbaarheid
  2. in samenstellingen: [het eerste lid van het woord] niet hebbend; zonder het [eerste lid van het woord]
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

67 % van de Nederlanders;
67 % van de Vlamingen.

Verwijzingen