loosheid
Uiterlijk
- loos·heid
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | loosheid | loosheden |
| verkleinwoord |
de loosheid v
- onbetrouwbaarheid
- in samenstellingen: [het eerste lid van het woord] niet hebbend; zonder het [eerste lid van het woord]
[2] [het eerste lid van het woord] niet hebbend
- Het woord loosheid staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "loosheid" herkend door:
| 65 % | van de Nederlanders; |
| 65 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -heid in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 65 %
- Prevalentie Vlaanderen 65 %