loopt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • loopt

Werkwoord

vervoeging van
lopen

loopt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lopen
    • Jij loopt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lopen
    • Hij loopt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van lopen
    • Loopt! 
Uitdrukkingen en gezegden
  • Als twee honden vechten om een been, loopt de derde er mee heen.
als twee personen ruzie hebben of er niet uit komen, kan een derde daarvan profiteren
  • De gal loopt over
boos worden
  • Er loopt een streep door
  • Hem loopt een luis over de lever.
Hij wordt boos.
  • Het loopt als een tiet
het verloopt heel voorspoedig
  • Het hoofd loopt me om.
niet meer weten wat te doen (bv bij drukte)
  • Het water loopt altijd naar de zee.
mensen die veel hebben krijgen er ook altijd steeds meer bij