looping

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • loo·ping
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘verticale cirkel met vliegtuig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1917 [1]
  • Naamwoord van handeling van het Engelse to loop met het achtervoegsel -ing [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord looping loopings
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

looping m [3]

  1. een verticale lus in het pad dat een vliegtuig of achtbaan aflegt

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen