longitudinaal
Uiterlijk
- lon·gi·tu·di·naal
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | longitudinaal | longitudinaler | longitudinaalst |
| verbogen | longitudinale | longitudinalere | longitudinaalste |
| partitief | longitudinaals | longitudinalers | - |
longitudinaal [1]
- op de lengte betrekking hebbend, de lengterichting volgend
- (natuurkunde) (van een golfbeweging:) met de amplitude in de voorplantingsrichting
- [2] transversaal
1.
- Het woord longitudinaal staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "longitudinaal" herkend door:
| 66 % | van de Nederlanders; |
| 75 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be