longitudinaal

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lon·gi·tu·di·naal
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen longitudinaal longitudinaler longitudinaalst
verbogen longitudinale longitudinalere longitudinaalste
partitief longitudinaals longitudinalers -

Bijvoeglijk naamwoord

longitudinaal [1]

  1. op de lengte betrekking hebbend, de lengterichting volgend
  2. (natuurkunde) (van een golfbeweging:) met de amplitude in de voorplantingsrichting
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen