lokettist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

lokettist
Uitspraak
Woordafbreking
  • lo·ket·tist
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van loket met het achtervoegsel -ist
enkelvoud meervoud
naamwoord lokettist lokettisten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lokettist m [1]

  1. (beroep) iemand die achter een met glasplaten beveiligde balie werkt
    • Even naar Frankrijk voor de frisse lucht. We wilden een lokaal treintje nemen naar Parijs toen de lokettist zei dat er werd gestaakt. 'Maar wij zijn het niet hoor', zei de SNCF-man met een besmuikt lachje. 'Het is een Europese actie.' Niet alleen politici wijzen graag naar Brussel, ook stakende vakbonders schuiven de slechte berichten over de grens. Later op de dag meldde de krant Le Monde dat de Europese actiedag tegen 'l'austérité' - de broek­riem - alleen Franse bonden in beweging heeft gebracht. [2] 
    • Dos S., werkzaam bij een schoonmaakbedrijf, zou die bewuste morgen voor haar werk naar Texel vertrekken, toen ze schreeuwend en dreigend met een mes een collega gijzelde. Toen die zichzelf korte tijd later wist te bevrijden, greep ze een lokettiste van TESO. [3] 
    • En ik vond dat de lokettist van de Wizzl mij had behoren te vertellen dat-ie transactiekosten in rekening ging brengen. Echt, ik voelde me getild. Het ging me niet om die 50 eurocent, maar om het principe. [4] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
61 % van de Vlamingen.

Verwijzingen