lobbes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Opmerkingen
  • niet te verwarren met Lobbes een plaats in België
Uitspraak
Woordafbreking
  • lob·bes
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘goedaardig dier of mens’ voor het eerst aangetroffen in 1646 [1]
  • afgeleid van lob [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord lobbes lobbesen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lobbes m [3]

  1. (dierkunde) een grote goedaardige hond
    • De slechtziende Willemijn Dekker (32) en haar begeleidehond Lobbes zijn uitgenodigd voor een etentje bij Jamie's Italian. Het is een goedmakertje voor afgelopen weekend, toen de Rotterdamse aan de deur van het bekende restaurant van de Britse topkok Jamie Oliver in de Markthal in haar woonplaats geweigerd omdat ze haar hulphond bij zich had.[4] 
  2. (persoon) een grote goedaardige man
    • Eén vrouwenziel blijkt zij echter niet te hebben doorzien: die van zichzelf. Niet alleen omdat haar weldoenerschap soms ontsierd wordt door een onvoldane bitsigheid. Maar vooral omdat de man die zij aan een vriendin tracht te koppelen uiteindelijk haar eigen grote liefde wordt. Onwaarschijnlijk is dat wel. De tekenleraar in kwestie is weinig minder dan een schlemiel, die bij zijn door haar geregisseerde huwelijksaanzoek niet alleen zichzelf maar ook zijn koppelaarster voor schut zet. Gaandeweg raakt zij echter vertederd door zijn onhandigheid en lobbes-achtige goedheid. [5]  
  3. alles wat groot, dik, en vet is
    • Wie nu een poging waagt om bij de grote zwarte lobbesen in de buurt te komen wordt al weggejaagd door de stank die de dieren afgeven. Ook de aanblik van de opengesneden dieren, voor onderzoek, is geen prettig gezicht. Toch kwamen er de afgelopen dagen veel nieuwsgierige dagjesmensen naar het strand. [6] 
Synoniemen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
58 % van de Vlamingen.

Verwijzingen