lisp
Uiterlijk
- lisp
| vervoeging van |
|---|
| lispen |
lisp
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lispen
- Ik lisp.
- gebiedende wijs van lispen
- Lisp!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lispen
- Lisp je?
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| lisp | lisps |
lisp
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to lisp |
| he/she/it | lisps |
| verleden tijd | lisped |
| voltooid deelwoord |
lisped |
| onvoltooid deelwoord |
lisping |
| gebiedende wijs | lisp |
lisp
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 4
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Werkwoord in het Engels