liquidatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • li·qui·da·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord liquidatie liquidaties
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

liquidatie v [2]

  1. (eufemisme), (misdaad) moord in de criminele sfeer, bedoeld om iemand uit de weg te ruimen die voor moeilijkheden zorgt
     De liquidatie van advocaat Derk Wiersum heeft de rechtsorde diep geschokt.[3]
  2. (economie) alles wat gedaan wordt bij en voor de opheffing van een winkel of bedrijf
     Bij liquidatie stopt een onderneming met haar bestaan.[4]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen


Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. liquidatie op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 september 2019 Wil Thijssen “Wie wil na de liquidatie van advocaat Derk Wiersum nog een kroongetuige verdedigen?” (18 september 2019), de Volkskrant
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 september 2019 “Liquidatiebalans”, Finler
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be