linkmiegel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • link·mie·gel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord linkmiegel linkmiegels
verkleinwoord linkmiegeltje linkmiegeltjes

Zelfstandig naamwoord

linkmiegel m [1]

  1. (scheldwoord) sluw, verradelijk persoon
    • Daar heeft die linkmiegel mij toch nog te pakken! 

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
12 % van de Vlamingen.

Verwijzingen